Duivels, demonen en bezweringen

Van 4 december tot en met eind februari 2022. Cultuurfilosoof Gabriel van den Brink, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam komt een toepasselijk woord spreken op zondag 27 februari om 15.00. Je kunt daarbij aanwezig zijn. Maak gebruik van de contactpagina om je aanwezigheid te melden.

Geertrui van den Brink

Achtergrond van de werken

Tijdens de winter 2020- ‘21 met de strenge lockdown vroeg ik me regelmatig af hoe in vroegere tijden mensen leefden met dreigende gevaren, rampen en onzekerheden. Onheil is van alle tijden en overvalt de mens. Hoe wapenden zij zich tegen rondwarende ziektes, geweld, opsluiting, het gevoel belaagd te worden door iets onzichtbaars, brand en overstromingen, ellende?

Zagen zij dit als straf van de goden? Was een offer( mens of dier) nodig om het tij te keren? Riepen zij hulp in van een sjamaan die geesten wist te temmen? Trokken zij er op uit om een veilige plek te zoeken? Zochten zij verlichting door het uitvoeren van rituelen, wilde dansen en aanbidding van natuurwezens?

Hoofdtooien

De moderne mens vertoonde in de lockdown tijd volgens mij ‘oergedrag’. Het verschil tussen de vroegere mens en ons is mogelijk maar klein. De corona hoofdtooien verbeelden deze reacties. Variërend van het vernielen van zendmasten, de trek naar de natuur tot extreem vertoon bij demonstraties.

Collages        ‘HÁVAMÁl’

Het gedicht ‘Hávamál’ uit de Noordse literatuur bestaat uit 18 verschillende toverspreuken die alle mogelijke situaties dekken: spreuken die iemand vastbinden, liefdesspreuken, strijdspreuken, bescherming tegen aanvallen en middelen om goede goden van de kwade geesten te onderscheiden. Voor iedere situatie is een geëigende spreuk. Ook in deze tijd toepasselijk. In de collages zijn de spreuken omgezet naar actuele gevaren en bedreigingen.

De collages

De kleine collages tonen bizarre wezens die refereren aan menselijke angsten voor demonen en monsters die zich in ons onderbewuste schuil kunnen houden.

Panelen     Bezweringen

De wandpanelen tonen teksten. Een bezwering dient het afwenden van noodlot, grip houden op een gebeuren, een gewenste uitkomst op te roepen. Zijn verwensingen naar het hoofd van een ander slingeren en dreigen moderne vormen van een gevaar in dammen?

‘Ik houd van sfeerbeelden, rustig en wat ingetogen. Kleuren met kleurverloop(‘ton sur ton’), waar je in op kunt gaan. Het ‘lukt’ mij niet om omkaderde vlakken, rechte lijnen en felle kleuren schilderend op doek te krijgen. Ook al begin ik zo, het eindresultaat is altijd anders. Felle tinten verdwijnen weer onder een andere kleurlaag. In mijn werken zie je vaak diffuse, vage en vooral organische vormen.

Als je het werk op je in laat werken roept het associaties en een gevoel op. Natuurlijke elementen zoals blad, mos, grassen, zand komen vaak terug. Eerder heb ik een periode meer portretten en herkenbaarder vormen geschilderd maar die weg heb ik verlaten om op te gaan in de vloeiende verbeelding’.   

Ada Krowinkel

‘Kleurrijk en expressief, zo zal het altijd zijn. Geen bewuste keuze maar een manier van werken die bij mij past. Kleuren, vormen die ik zie, vertaal ik naar mijn eigen beeld, naar een nieuwe werkelijkheid. Vele jaren heb ik abstract geschilderd maar de laatste tijd komen steeds meer figuren op het doek, vreemde wezens, bizarre uitdossingen, beesten op hoge hakken, demonen, vuur, het kan niet op. Vooraf weet ik niet wat het gaat worden. Ik laat me leiden door mijn intuïtie, mijn handen volgen. Zie ik inderdaad de wereld op deze manier? Het is niet de werkelijke wereld, maar de wereld die zich aan mij opdringt’.

Een lachende ezel, een olifant die geen olifant wil zijn, een kwaaie Japanse duivel of de duivel in een bloemetjesjurk alsmede morbide wezens. Beelden die het verwarde brein beïnvloeden, sturen.

Wandkleden en schilderijen

Grote wezens die ontstaan onder mijn handen, ik weet niet wat er gaat komen. Ik zet een lijn, ik plak een stuk bloemetjesstof en daar ontstaat mijn duivel in zijn bloemetjesjurk. Een duivel in disguise. Waarom? Wat zit hier achter, waar komt het vandaan? Wat zegt het over mij als maker? Mijn handen zijn zelfstandig aan het werk, mijn brein is uitgeschakeld.

De Japanse devil bleek ineens van ver te komen, helemaal uit Japan. Wonderlijk zoals die dingen gaan. Was ik met Japan bezig in mijn onderbewuste?

Mijn serie ezels waar ik ineens in zat. Mijn lachende ezel die mij aankijkt als resultaat van een gedachtegang van het werk van Shakespeare, ‘ A midsummernight’, waarin feeën, mensen in het bos zomaar veranderen in een ezel. Mijn hoofd staat los van mijn handen, ik weet niet wat er zich in mij afspeelt, mijn handen weten er wel raad mee en toveren de meest bizarre wezens op mijn doek.